ECLI:NL:RBASS:2011:BP3487
Rechtbank Assen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte minderjarige na schending hoofdverblijfplaats overeenkomst
Partijen, die gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, hebben een vaststellingsovereenkomst waarin is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij moeder is. Vader heeft het kind na een omgangsbezoek niet teruggebracht naar moeder en weigert dit.
Moeder verzoekt de rechter om vader te veroordelen het kind binnen 24 uur af te geven, met dwangsom en machtiging tot inzet van politie indien nodig. Vader verzet zich en vordert dat het kind bij hem blijft wonen, stellende dat moeder zich schuldig maakt aan ernstige feiten zoals prostitutie, maar kan deze beschuldigingen niet onderbouwen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst als uitgangspunt geldt en dat vader onvoldoende bewijs levert voor een bedreigende thuissituatie bij moeder. Daarom wordt vaders vordering afgewezen en moeder's vordering toegewezen. De rechter bepaalt een dwangsom en machtigt moeder tot inzet van politie om de afgifte te bewerkstelligen.
Uitkomst: Vader wordt veroordeeld om het kind binnen 24 uur aan moeder af te geven, met dwangsom en machtiging tot inzet van politie.