ECLI:NL:RBASS:2011:BP6305
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging Ziektewetuitkering op basis van geschiktheid voor laatstverricht werk
Eiser, met chronische rugklachten en sinds 1992 arbeidsongeschikt, werkte als klusjesman bij zijn voormalige werkgever tot augustus 2009. Na ziekmelding vanuit de WW in november 2009 werd hij per 1 mei 2010 hersteld verklaard en werd zijn Ziektewetuitkering beëindigd. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zijn medische situatie was verslechterd en dat het werk een gecreëerde functie betrof die nader arbeidskundig onderzocht had moeten worden.
De rechtbank overwoog dat artikel 19, vijfde lid, van de Ziektewet bedoeld is om de maatstaf 'zijn arbeid' aan te passen voor werklozen, maar in dit geval niet de juiste maatstaf was. Er moest worden uitgegaan van het werk als klusjesman dat eiser bij zijn voormalige werkgever verrichtte. De rechtbank vond dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig onderzoek hadden gedaan en dat de beperkingen van eiser juist waren ingeschat.
De verklaring van de ex-werkgever over het niet meer kunnen verrichten van lichte werkzaamheden werd niet aannemelijk geacht, mede omdat eiser toch langere tijd in aangepaste functie had gewerkt en de werkgever zijn diensten bleef gebruiken. Er was geen aanleiding voor een nader arbeidskundig onderzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering per 1 mei 2010 was terecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 1 mei 2010.