ECLI:NL:RBASS:2011:BP6520
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Pauw
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens ontbreken dringende reden
De stichting Veiligheidszorg Drenthe verzocht de rechtbank om de arbeidsovereenkomst met werknemer voorwaardelijk te ontbinden wegens een dringende reden, nadat werknemer op 7 januari 2011 weigerde te werken volgens het rooster. Werknemer betwistte het ontslag op staande voet en vorderde afwijzing van het verzoek.
De rechtbank stelde vast dat de stichting niet aannemelijk had gemaakt dat het dienstbelang de inroostering op vrijdag 7 januari rechtvaardigde, terwijl werknemer sinds indiensttreding niet op vrijdagen werd ingeroosterd vanwege een stage. Ook was niet bewezen dat werknemer hardnekkig weigerde te voldoen aan redelijke bevelen of grovelijk zijn plichten veronachtzaamde.
Verder oordeelde de rechtbank dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was, mede omdat het niet onverwijld werd gegeven en de dringende reden onvoldoende dringend was. De stichting kon ook geen gewichtige reden aantonen die voortzetting van het dienstverband onmogelijk maakte.
Gelet op het functioneren van werknemer en het belang van voortzetting van de arbeidsovereenkomst tot de einddatum 25 augustus 2011, wees de rechtbank het verzoek tot ontbinding af en veroordeelde de stichting tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van een dringende reden.