ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1615
Rechtbank Assen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Nakoming omgangsregeling ondanks vermoeden seksueel misbruik minderjarige
In deze zaak vordert de vader nakoming van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, nadat de moeder de omgang eenzijdig heeft stopgezet vanwege vermoedens van seksueel misbruik. De moeder baseert haar vermoeden op de aanwezigheid van genitale wratten bij het kind en gedragingen die zij als zorgwekkend beschouwt.
De rechtbank beoordeelt de medische stukken, waaronder een rapport van een gynaecoloog, en concludeert dat er geen bewijs is voor seksueel misbruik. De gynaecoloog stelt dat de wratten ook op andere manieren kunnen ontstaan en dat seksueel misbruik niet bewezen is. De rechtbank weegt het belang van het kind om veilig op te groeien af tegen het recht van de vader op omgang conform art. 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de inbreuk op het recht van de vader onevenredig is en dat de omgangsregeling hersteld moet worden zoals overeengekomen in 2007, namelijk één weekend per veertien dagen van vrijdagavond tot zondagavond. De vordering van de moeder tot ontzegging van omgang wordt afgewezen. De rechtbank legt een dwangsom op voor het geval de moeder niet aan het vonnis voldoet en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt gedeeltelijk hersteld met een weekend per twee weken, ontzegging omgang wordt afgewezen.