ECLI:NL:RBASS:2011:BQ6510
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontkenning vaderschap wegens belangen minderjarige
De rechtbank Assen behandelde een verzoek van de bijzondere curator van een minderjarige om het vaderschap van de juridische vader te ontkennen op grond van artikel 1:200 lid 6 BW Pro. De bijzondere curator stelde dat de juridische vader vanwege een dwarslaesie niet in staat was het kind te verwekken en dat de biologische vader de broer van de juridische vader zou zijn. Tevens werd een vermoeden van seksueel misbruik door de juridische vader aangevoerd.
De rechtbank nam kennis van de standpunten van partijen, waaronder de moeder, de juridische vader en de Raad voor de Kinderbescherming. De vader ontkende de beschuldigingen en stelde dat hij fysiek niet in staat was tot seksueel contact. De Raad benadrukte het belang van het kind om zijn biologische identiteit te kennen, maar erkende dat het kind zeer kwetsbaar is.
De rechtbank overwoog dat het verzoek tot ontkenning van het vaderschap niet in het belang van de minderjarige is, mede omdat de beschuldigingen van seksueel misbruik niet zijn bewezen en het kind een belangrijke relatie heeft met de juridische vader. Ook zou een toewijzing van het verzoek ertoe leiden dat het kind geen juridische vader zou hebben, wat nadelig is.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en stelde dat belanghebbenden in de toekomst opnieuw een verzoek kunnen indienen wanneer het kind in staat is een zelfstandig oordeel te vormen. De beschikking werd uitgesproken op 23 maart 2011 door rechter A.L.J.M.A. Janssens.
Uitkomst: Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige is.