ECLI:NL:RBASS:2011:BR6863
Rechtbank Assen
- Raadkamer
- M.C. Fuhler
- P.J. Duinkerken
- A.L.J.M.A. Janssens
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid officier van justitie tot vordering verpleging tijdens lopend hoger beroep tbs-maatregel
De veroordeelde is bij vonnis van 27 januari 2011 door de rechtbank Assen veroordeeld tot tbs met voorwaarden, waarbij de maatregel dadelijk uitvoerbaar werd verklaard. Diverse instellingen gaven aan dat de veroordeelde niet aan de verplichte behandeling meewerkte, waarna de officier van justitie een vordering deed tot voorlopige verpleging van overheidswege. De rechter-commissaris gaf op 1 juli 2011 een bevel tot voorlopige verpleging.
De rechtbank behandelde op 21 juli 2011 de vordering, maar stelde de behandeling aan tot oktober 2011 in afwachting van het hoger beroep. Op 25 augustus 2011 vond een openbare raadkamerzitting plaats waarbij de veroordeelde, zijn raadsman, reclasseringsmedewerkers, de officier van justitie en deskundigen werden gehoord. De raadsman voerde primair niet-ontvankelijkheid aan en subsidiair aanhouding wegens het niet verschijnen van een getuige-deskundige.
De rechtbank oordeelde dat de lopende hogerberoepsprocedure de bevoegdheid van de officier van justitie niet in de weg staat om een vordering tot verpleging te doen. Hoewel het bevel tot dwangverpleging niet dadelijk uitvoerbaar is zolang er rechtsmiddelen openstaan, kan de officier van justitie wel een dergelijke vordering indienen. De rechtbank achtte aanhouding van de behandeling noodzakelijk vanwege het niet verschijnen van een getuige-deskundige en stelde de zaak uit tot 27 oktober 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie ontvankelijk in zijn vordering tot verpleging en houdt de behandeling aan tot 27 oktober 2011.