ECLI:NL:RBASS:2011:BS7511

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.830152-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelname criminele organisatie

De verdachte werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met oplichting, diefstal en witwassen in de periode van augustus 2010 tot mei 2011 in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om te spreken van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband met een organisatiegraad en sturende personen. De vermeende diefstallen werden beschouwd als gelegenheidsdiefstallen en er was geen bewijs van oplichting of witwassen door verdachte.

De verdachte verscheen niet op de terechtzitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn advocaat. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vier maanden, maar de rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Daarnaast gelastte de rechtbank de teruggave van een in beslag genomen geldbedrag van 42 euro aan de verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19.830152-11
vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 13 september 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte 6],
geboren te Fetesti (Roemenië) op [datum] 1991,
wonende [adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 06 september 2011.
De verdachte is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. B. de Haan, advocaat te Lemmer. Deze is door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.
Tenlastelegging
De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
hij op of omstreeks de periode van 23 augustus 2010 tot en met 24 mei 2011 te Emmen en/of Groningen en/of Drachten, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen [verdachte 3] en/of [verdachte 4] en/of [verdachte 2] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 5] en/of [verdachte 6] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
- het (tezamen en in vereniging) oplichten van een of meer personen en/of
- het (tezamen en in vereniging) plegen van diefstallen en/of
- het (tezamen en in vereniging) plegen van witwassen;
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie mr. S. Kromdijk acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
* het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest.
De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Met betrekking tot dit feit wordt verdachte verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie door met zijn medeverdachten strafbare feiten te plegen zoals in de tenlastelegging staat omschreven.
Om te kunnen spreken van een criminele organisatie moet er sprake zijn van het plegen van misdrijven in een georganiseerd verband. De organisatie moet het oogmerk hebben om misdrijven te plegen waarbij er sprake moet zijn van een bepaalde organisatiegraad en een samenwerkingsverband waar de betrokkenen aan deelnemen of dat ondersteunen. Ook moet er sprake zijn van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen twee of meer personen.
Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen spreken van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen personen. De rechtbank ziet in het dossier geen aanknopingspunten voor een organisatie-graad waarbij een persoon of personen een sturende rol zou/zouden hebben.
De genoemde diefstallen zijn naar het oordeel van de rechtbank eerder aan te merken als gelegenheidsdiefstallen gepleegde door medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 2]. Van oplichting is in onderhavig dossier geen sprake. Uit het dossier valt niet af te leiden dat het handelen van verdachte gericht was op het witwassen.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben, zo blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het dossier en kan uit het verhandelde ter terechtzitting worden vastgesteld, een bepaalde manier van leven. Die kan echter in het onderhavige geval niet synoniem staan voor deelname aan een criminele organisatie.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag ad 42 euro.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, A.L.J.M.A. Janssens en mr. M. van der Veen, rechters in tegenwoordigheid van D.C. witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 13 september 2011, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.
Parketnummer: 19.830152-11
Uitspraak d.d.: 13 september 2011 2
vonnis