ECLI:NL:RBASS:2011:BT8419

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
18 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.605245-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 23 Wetboek van StrafrechtArt. 24 Wetboek van StrafrechtArt. 24c Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geldboete voor veroorzaken gevaar op de weg met letsel aan motorrijder

Op 25 november 2010 veroorzaakte verdachte, rijdend met een bedrijfsauto op de Rijksweg N371 te Hoogersmilde, een verkeersongeval door met onverminderde snelheid op langzaam rijdende of stilstaande motorrijtuigen in een file te rijden en onvoldoende afstand te houden. Hierdoor botste hij tegen een voor hem rijdende auto, waarbij een motorrijder ernstig letsel opliep, waaronder meerdere botbreuken.

De rechtbank Assen oordeelde op 18 oktober 2011 dat het primaire tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, maar dat het subsidiaire feit van het veroorzaken van gevaar op de weg wel bewezen was. Verdachte werd strafbaar geacht wegens het veroorzaken van gevaar door onoplettendheid zonder strafuitsluitingsgronden.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het letsel, de betrokkenheid van verdachte na het ongeval en zijn persoonlijke omstandigheden. Gezien deze factoren werd een geldboete van €500 opgelegd, met de mogelijkheid van 10 dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling. De verdachte werd vrijgesproken van het primaire tenlastegelegde en van overige subsidiaire tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500 wegens het veroorzaken van gevaar op de weg met ernstig letsel aan een motorrijder.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19.605245-11
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 oktober 2011 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte],
[geboortedatum] 1975,
[adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 04 oktober 2011.
De verdachte is verschenen.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
hij op of omstreeks 25 november 2010, te Hoogersmilde, althans in de gemeente
Midden-Drenthe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een
motorrijtuig (bedrijfsauto, merk VW), daarmede rijdende over de Rijksweg, zich
zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden doordat hij, verdachte, zeer, althans aanmerkelijk,
onvoorzichtig en/of onoplettend,
- met hoge, althans met enige en/of onverminderde snelheid, is afgereden op
een aantal zich voor hem, verdachte, bevindende en/of in (een) file staande
en/of (langzaam) rijdende motorrijtuigen en/of
- zijn, verdachte's motorrijtuig niet, althans onvoldoende heeft afgeremd
en/of onvoldoende afstand ten opzichte van de zich voor hem bevindende
motorrijtuigen heeft gehouden en/of
- (vervolgens) met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen een
voor hem rijdende dan wel stilstaande auto is gereden/gebotst,
tengevolge waarvan aan [slachtoffer], bestuurder van een motorfiets, zwaar
lichamelijk letsel, te weten een gebroken bekken en/of een gebroken pols en/of
een gebroken middenhandsbeentje, of zodanig lichamelijk letsel werd
toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening
van de normale bezigheden is ontstaan;
art 6 Wegenverkeerswet Pro 1994
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,
terzake dat
hij op of omstreeks 25 november 2010, te Hoogersmilde, althans in de gemeente
Midden-Drenthe, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto, merk VW),
daarmee rijdende op de weg, Rijksweg,
- met hoge, althans met enige en/of onverminderde snelheid, is afgereden op
een aantal zich voor hem, verdachte, bevindende en/of in (een) file staande
en/of (langzaam) rijdende motorrijtuigen en/of
- zijn, verdachte's motorrijtuig niet, althans onvoldoende heeft afgeremd
en/of onvoldoende afstand ten opzichte van de zich voor hem bevindende
motorrijtuigen heeft gehouden en/of
- (vervolgens) met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen een
voor hem rijdende dan wel stilstaande auto is gereden/gebotst,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover
daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde
betekenis te zijn gebezigd;
art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie mr. D. Homans-de Boer acht hetgeen primair is tenlastegelegd niet wettig en overtuigend bewezen en vordert vrijspraak. Zij acht hetgeen subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
* betaling van een geldboete ten bedrage van € 500,--, met bevel dat, indien
volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt,
vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast.
De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
De verdachte dient van het primair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de officier van justitie- niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank acht met name niet bewezen, dat de gedraging van verdachte schuld als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 oplevert.
Bewijsmotivering
Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij geen vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.
Opgave bewijsmiddelen:
- de verklaring van betrokkene [slachtoffer]1;
- de verklaring van getuige [getuige 1]2;
- de verklaring van getuige [getuige 2]3;
- de verklaring van getuige [getuige 3]4;
- de verklaring van verbalisanten [verbalisanten 1 en 2]5;
- de door verdachte ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring.
Hetgeen de rechtbank bewezen acht
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 25 november 2010, te Hoogersmilde, als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto, merk VW), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg N371,
- met onverminderde snelheid is afgereden op een aantal zich voor hem, verdachte, bevindende en langzaam rijdende motorrijtuigen en
- zijn, verdachte's, motorrijtuig niet heeft afgeremd en
- vervolgens met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig tegen een
voor hem rijdende dan wel stilstaande auto is gereden/gebotst,
door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.
De verdachte zal van het subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Kwalificatie
Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:
Overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994,
strafbaar gesteld bij artikel 177 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
Strafmotivering
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking,
de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, het reclasseringsadvies en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 07 september 2011, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijke overtreding is veroordeeld.
Verdachte is -door onoplettendheid- met de door hem bestuurde bedrijfsauto op de Rijksweg N371 gereden/ gebotst tegen een voor hem rijdende dan wel stilstaande personenauto. Door deze gedraging heeft hij gevaar op die weg veroorzaakt. De eveneens voor verdachte op die weg bevindende motorrijder [slachtoffer] heeft tengevolge van deze gedraging meerdere botbreuken opgelopen. De rechtbank waardeert het dat verdachte na de aanrijding betrokkenheid heeft getoond door contact op te nemen met het slachtoffer.
De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval kan worden volstaan met het opleggen van een geldboete, ter hoogte van de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft bij het vaststellen van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 23, 24, 24c van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank verklaart bewezen dat het subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot
een geldboete ten bedrage van € 500,--, met bevel dat, indien volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en mr. M. van der Veen, rechters in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 18 oktober 2011, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.
1 op pag. 14/15 van het proces-verbaal van politie Drenthe, pv-nummer: PL033K 2010075147 (PV1)
2 op pag. 18 van PV1
3 op pag. 20 van PV1
4 op pag. 22 van PV1
5 op pag.13/14 van het proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse van de politie Groningen, nr. 25.11.2010.17.5413 (PV2)