ECLI:NL:RBASS:2012:BW0283
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H.A. Fransen
- L.W. Janssen
- J. van Bruggen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bijstandsfraude ondanks vermoeden opbrengsten echtgenoot
De rechtbank Assen behandelde op 27 maart 2012 een zaak waarin verdachte werd verdacht van bijstandsfraude in de periode van november 2007 tot augustus 2010. De tenlastelegging betrof het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de gemeente Midden-Drenthe over inkomsten en vermogen, onder meer voortkomend uit de verkoop van landbouwmachines en andere transacties via rekeningen waar verdachte of haar echtgenoot de beschikking over hadden.
Tijdens de terechtzittingen op 3 februari en 13 maart 2012 verklaarde verdachte dat zij jarenlang van een bijstandsuitkering had moeten leven, geen inkomsten had genoten, geen werkzaamheden had verricht en geen gelden van haar echtgenoot had ontvangen. Het dossier toonde aan dat de opbrengsten afkomstig waren van haar echtgenoot, maar er was onvoldoende bewijs dat verdachte hiervan op de hoogte was of betrokken was bij de handelingen.
De officier van justitie vorderde vrijspraak, omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de opbrengsten en werkzaamheden. De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde. De uitspraak benadrukt het belang van bewijs dat de wetenschap en betrokkenheid van de verdachte aantoont bij fraudezaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid bij bijstandsfraude.