ECLI:NL:RBASS:2012:BX0084
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorlopige tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf
De officier van justitie diende een vordering in tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 150 dagen, opgelegd door de enkelvoudige kamer van de arrondissementsrechtbank Rotterdam. Deze vordering werd als subsidiaire vordering ingediend, bedoeld om te worden behandeld indien de primaire vordering tot bewaring zou worden afgewezen.
De rechter-commissaris overwoog dat de primaire vordering tot bewaring zal worden toegewezen, waardoor de subsidiaire vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging reeds om die reden moet worden afgewezen. Daarnaast werd overwogen dat hoewel er ernstige redenen zijn voor het vermoeden dat de veroordeelde de voorwaarden van de voorwaardelijke straf niet naleeft, de vordering onvoldoende is onderbouwd. Er werd niet duidelijk gemaakt welke voorwaarden niet zijn nageleefd, wanneer en onder welke omstandigheden dit zou zijn gebeurd.
Na het horen van de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, besloot de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie af te wijzen. Hiermee blijft de voorwaardelijke straf in stand zonder voorlopige tenuitvoerlegging.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf is afgewezen.