ECLI:NL:RBASS:2012:BX5132
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.I. Klaassens
- H.T. van Voorst
- E.C.M. Wolfert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang en onbekendheid met geestelijke stoornis slachtoffer
De verdachte werd beschuldigd van het seksueel binnendringen en aanranden van het slachtoffer, waarbij dwang en misbruik van een afhankelijke positie als coach werden gesteld. De officier van justitie stelde dat verdachte psychisch overwicht en zijn status als werkbegeleider gebruikte om het slachtoffer te dwingen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet op de hoogte was van de geestelijke beperkingen van het slachtoffer en dat het slachtoffer zich op sommige momenten verzette, waarbij verdachte dit respecteerde. Ook werd gesteld dat seksuele handelingen soms op initiatief van het slachtoffer plaatsvonden.
De rechtbank oordeelde dat de bewijzen onvoldoende waren om dwang in de zin van artikel 242 Sr Pro aan te nemen. Psychische druk was niet zodanig dat het slachtoffer geen weerstand kon bieden. Ook was niet bewezen dat verdachte wist van de ernstige geestelijke stoornis van het slachtoffer, zodat het subsidiair ten laste gelegde niet kon worden bewezen.
De vordering van de benadeelde partij werd niet ontvankelijk verklaard, omdat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend. De verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang en onbekendheid met geestelijke stoornis slachtoffer.