ECLI:NL:RBBRE:1998:AA3548
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Poel
- Van Viegen
- Bakx
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en schadevergoeding arbeidsongeschiktheidsuitkering
Eiser werd per 11 maart 1996 ongeschikt verklaard voor zijn werk en ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Na medische herbeoordeling werd vastgesteld dat hij geschikt was voor zijn eigen werk, waarna de uitkering werd geweigerd en teruggevorderd. Eiser stelde beroep in tegen de terugvorderingsbesluiten en het afwijzen van zijn schadevergoedingsverzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering over de periode 11 maart tot 1 augustus 1996 gegrond vanwege onvoldoende motivering van verweerder en vernietigde dat deel van het besluit. Voor de periode na 1 augustus 1996 werd de terugvordering gehandhaafd, omdat verweerder verplicht was terug te vorderen en geen dringende reden tot matiging aanwezig was.
Het verzoek tot schadevergoeding wegens loonschade, immateriële schade en kosten rechtsbijstand werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de loonschade voortvloeide uit het handelen van de werkgever en niet rechtstreeks uit het onrechtmatig handelen van verweerder. Immateriële schade werd niet toegekend wegens ontbreken van aantoonbaar geestelijk letsel. Vergoeding van proceskosten en griffierecht werd toegewezen.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij terugvorderingsbesluiten en benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van werkgevers bij loonbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Beroep deels gegrond verklaard, terugvordering over eerste periode vernietigd, schadevergoeding afgewezen.