ECLI:NL:RBBRE:1999:AA4823
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning dakkapellen wegens onvoldoende motivering welstandsadvies
De zaak betreft een geschil over de bouwvergunning voor twee dakkapellen op een appartementengebouw te Breda. Na meerdere meldingen en aanvragen, waarbij de commissie Welstand, Architectuur en Monumenten (WAM) aanvankelijk negatief en later positief adviseerde, verleende het college van burgemeester en wethouders uiteindelijk op 15 december 1998 een bouwvergunning. Eisers, medebewoners en de Vereniging van Eigenaars, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege de afwijking van de dakkapellen ten opzichte van de bestaande architectuur.
De rechtbank stelt vast dat de commissie WAM een opmerkelijke ommezwaai heeft gemaakt in haar advies zonder dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom deze wijziging in het oordeel heeft plaatsgevonden. De motivering van het college is onvoldoende om het positieve advies te ondersteunen, mede gezien de eerdere negatieve adviezen en de kritische brieven van architect Van Poppel namens eisers.
Op grond van artikel 3:9 en Pro 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) oordeelt de rechtbank dat het college zich niet voldoende heeft verzekerd van een zorgvuldige advisering en dat het besluit op bezwaar niet deugdelijke is gemotiveerd. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de gemeente Breda veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot verlening van de bouwvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het welstandsadvies.