ECLI:NL:RBBRE:1999:AF0140
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
De schuldsaneringsregeling verhindert niet de executie van een ontruimingsvonnis
Eisers X en Y vorderden in kort geding dat gedaagde Z. wordt verboden het vonnis tot ontruiming van hun woonhuis uit te voeren, zolang de verzetprocedure bij de Kantonrechter te Q. nog loopt. Zij stelden dat de uitvoering van het vonnis in strijd zou zijn met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling die op X van toepassing is verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het verstekvonnis van de Kantonrechter niet op een juridische of feitelijke misslag berust en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een onmiddellijke uitvoering van het vonnis in redelijkheid verhinderen. De stelling dat de schuldsaneringsregeling de ontruiming zou moeten tegenhouden werd verworpen, omdat ontruiming niet gericht is op verhaal van schulden en het vermogen van de saniet niet raakt.
Eisers voerden aan dat zij door de schuldsaneringsregeling in staat worden gesteld hun lopende verplichtingen te voldoen, maar zij hadden de huurpenningen niet tijdig voldaan en er was nog geen schuldsaneringsplan opgesteld. Het argument dat ontruiming zou leiden tot dakloosheid van het gezin werd niet als noodtoestand erkend. De gevorderde voorziening werd afgewezen en eisers werden in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wees het verbod op ontruiming af en oordeelde dat de schuldsaneringsregeling de executie van het ontruimingsvonnis niet verhindert.