ECLI:NL:RBBRE:2000:AA7435
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Janssen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rentevergoeding over achterstallige vakantietoeslag na faillissement werkgever
Eiser, werkzaam als oproepkracht bij een werkgever die failliet ging, vorderde van verweerder een vergoeding voor achterstallige vakantietoeslag en vakantiedagen. Verweerder nam aanvankelijk de loonbetalingsverplichting over voor een beperkte periode, maar weigerde vergoeding voor vakantietoeslag toe te kennen. Na bezwaar en een nadere beslissing kende verweerder alsnog een bedrag toe, maar zonder rentevergoeding over de periode dat de uitkering werd vastgehouden.
Eiser stelde dat verweerder nalatig was geweest in haar onderzoeksplicht en dat hij daarom recht had op rentevergoeding vanaf het moment van de eerste aanvraag. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om rentevergoeding niet als zelfstandig schadebesluit in bezwaar of beroep was ingediend en dat verweerder niet onzorgvuldig had gehandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank benadrukte dat het eerdere besluit tot afwijzing van de vergoeding van vakantietoeslag in rechte vaststaat en dat de herziening van het standpunt door verweerder niet betekent dat sprake is van onrechtmatigheid of onzorgvuldig handelen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om geen rentevergoeding toe te kennen wordt ongegrond verklaard.