ECLI:NL:RBBRE:2000:AA8350
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Cooijmans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over overneming betalingsverplichtingen bij onregelmatige opzegging
Eiseres was sinds juli 1997 in dienst als kok en werd in augustus 1997 met onmiddellijke ingang ontslagen, wat door de kantonrechter onregelmatig werd verklaard. De rechtbank oordeelt dat de opzegtermijn die krachtens het Burgerlijk Wetboek (BW) geldt, ook onder de Werkloosheidswet (WW) als voor de werknemer geldende termijn van opzegging moet worden beschouwd, ook als deze niet is nageleefd.
De schadevergoeding die voortvloeit uit de onregelmatige opzegging moet worden aangemerkt als loon in de zin van artikel 67 WW Pro, ongeacht de civielrechtelijke kwalificatie. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie die een dergelijke vergoeding als loon erkent. De vraag blijft of er een periode is aan te wijzen waarin dit loon verschuldigd is, maar de rechtbank concludeert dat de situatie van eiseres niet afwijkt van de wettelijke regeling die cumulatie van uitkeringen voorkomt.
Het beroep van eiseres tegen het besluit van het LISV wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van verweerder wordt vernietigd met opdracht tot nieuwe beslissing.