ECLI:NL:RBBRE:2000:AA9059
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering nakoming koopovereenkomst grond voor HSL door gedaagde
De Staat der Nederlanden vordert in kort geding dat gedaagden worden veroordeeld mee te werken aan de levering van percelen grond aan de Staat tegen betaling van de overeengekomen koopsom van f. 1.275.000,=. De grond is benodigd voor de aanleg van de Hoge Snelheids Lijn en aanverwante infrastructuur.
De Staat stelt dat op 23 februari 1999 een koopovereenkomst tot stand is gekomen via onderhandelingen gevoerd door taxateurs en vertegenwoordigers, waarbij een verlenging van het gebruik van de boerderij tot 1 juli 2001 is overeengekomen. Gedaagden betwisten dat er een bindende overeenkomst is gesloten en voeren aan dat de onderhandelaars slechts een bemiddelingsopdracht hadden zonder volmacht tot het sluiten van een koopovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken dat de onderhandelaars namens gedaagden een bindende overeenkomst konden sluiten. Ook is niet aannemelijk dat de Staat gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een dergelijke volmacht. De gevorderde voorzieningen worden daarom geweigerd. De Staat wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de Staat tot nakoming van de koopovereenkomst af wegens ontbreken van een bindende overeenkomst.