ECLI:NL:RBBRE:2001:AB1493
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering verbod op gebruik werknemers en naleving non-concurrentiebeding na bedrijfsovername
De zaak betreft een kort geding tussen de vennootschappen Hofka en De Hoeve enerzijds en ABC/DBS en vier voormalige werknemers anderzijds. De werknemers waren in dienst van De Hoeve met een non-concurrentiebeding en gingen na een bedrijfsovername door Hofka over naar ABC/DBS.
Eiseressen vorderden een verbod voor ABC/DBS om de werknemers in te zetten en klanten te benaderen, en voor de werknemers om werkzaamheden in strijd met het non-concurrentiebeding te verrichten. Zij stelden dat de werknemers per 1 november 2000 in dienst waren gekomen van Hofka en dat het non-concurrentiebeding daardoor van kracht bleef.
De werknemers en ABC/DBS betwistten dit, stellende dat de werknemers niet stilzwijgend in dienst waren getreden bij Hofka en dat de arbeidsovereenkomst met De Hoeve was beëindigd. Ook werd betwist dat er sprake was van stelselmatig klantenbenadering of weglokken.
De rechtbank oordeelde dat het moment van bedrijfsovername niet duidelijk was en dat de werknemers terecht hun dienstverband hadden opgezegd. Hierdoor was geen arbeidsovereenkomst met Hofka tot stand gekomen en kon het non-concurrentiebeding niet jegens Hofka worden ingeroepen. Ook was onvoldoende gesteld dat ABC/DBS of de werknemers klanten stelselmatig benaderden of weglokten.
De gevorderde voorzieningen werden daarom geweigerd en eiseressen werden in de kosten van het geding veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de gevorderde voorzieningen af en veroordeelt eiseressen in de kosten van het geding.