ECLI:NL:RBBRE:2001:AB2745
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot standplaats op Tilburgse zomerkermis wegens ontbreken belang en niet-naleving voorwaarden
Eiser vorderde in kort geding dat gedaagde 2 en de gemeente Tilburg werden verboden het vonnis van februari 2001 ten uitvoer te leggen en dat gedaagde 2 geen standplaats mocht innemen met het reuzenrad "Rota Nostra" op de Tilburgse kermis 2001. Eiser stelde dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder getuigenverklaringen en niet tijdige betaling, het arrest van het gerechtshof zouden moeten wijzigen.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe verklaringen geen nieuwe feiten vormden en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt zelf met een ander reuzenrad te kunnen verschijnen. De gemeente had de betaling van gedaagde 2 binnen redelijke termijn ontvangen. De rechtbank verwierp het verweer dat het gerechtshof bij bekendheid met de verklaringen tot een ander oordeel zou zijn gekomen.
De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat het kort geding voorkomen had kunnen worden indien eiser het gerechtshof had verzocht de getuigenverklaringen in te brengen. Het vonnis werd gewezen door de president van de rechtbank Breda op 17 juli 2001.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.