ECLI:NL:RBBRE:2001:AB2913
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onverschuldigde betaling en aandelenlevering in kort geding
Eiser trad in mei 1999 in dienst bij Ebcon Holding met de afspraak dat hij zou kunnen deelnemen in het aandelenkapitaal. In maart 2000 bood Ebcon Holding hem aan om 1500 aandelen te kopen tegen ƒ.100 per aandeel, waarop eiser inschreef en het bedrag van ƒ.150.000 overmaakte. Eiser stelde later dat hij het aanbod mocht herroepen en de betaling onverschuldigd was omdat Ebcon Holding niet had bevestigd.
Ebcon Holding betwistte dit en stelde dat er sprake was van een geldige overeenkomst, waarbij eiser het aanbod van Ebcon Holding had geaccepteerd door inschrijving en betaling. De rechtbank oordeelde dat eiser niet zonder medewerking van Ebcon Holding van de overeenkomst kon terugkomen en dat de ingebrekestelling niet deugde.
Daarnaast werd het beroep op schending van wettelijke bepalingen zoals artikel 3:96 en Pro 3:97 BW en de Wet Toezicht Effectenverkeer verworpen, mede omdat de emissie in besloten kring plaatsvond. De vorderingen van eiser werden afgewezen, evenals de reconventionele vordering van Ebcon Holding wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De rechtbank veroordeelde partijen in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen en de reconventionele vordering van Ebcon Holding wordt eveneens afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.