ECLI:NL:RBBRE:2001:AD3975
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Weigering kort geding vorderingen inzake bouwplannen en erfdienstbaarheid tussen buren
In deze zaak vorderen buren een verbod aan de eigenaar van een aangrenzend pand om bouwplannen te realiseren die volgens hen inbreuk maken op hun eigendom en een erfdienstbaarheid van lichtinval via een venster. De bouwplannen betreffen een uitbouw die de lichtinval door het grootste venster van de buren volledig zou blokkeren.
De president stelt vast dat de bouwvergunning op basis van aangepaste tekeningen is verleend en dat het reeds gebouwde deel geheel op eigen grond van de bouwer staat. De vorderingen die zien op het verbod van bouwen op de grond van de buren en het aanbrengen van metselwerk in hun muur worden daarom afgewezen wegens onvoldoende belang.
Ten aanzien van de erfdienstbaarheid oordeelt de president dat geen sprake is van verkrijgende verjaring omdat de buren hun vertrouwen niet baseerden op inschrijving in de openbare registers. Ook de subsidiaire vordering wegens onrechtmatige hinder wordt afgewezen, omdat de hinder beperkt is, compenserende maatregelen zijn aangeboden en het belang van de bouwer om zijn woning uit te breiden zwaarder weegt.
De buren worden veroordeeld in de kosten van het geding, die uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Uitkomst: De gevorderde voorzieningen worden geweigerd en eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding.