ECLI:NL:RBBRE:2001:AD5006
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Andel
- Van Gameren
- Volkers
- Rechtspraak.nl
Verbod op barwerkzaamheden door politieambtenaar vanwege belangenverstrengeling en ongewenste beeldvorming
Eiseres, een politieambtenaar werkzaam als BPF-B bij de politieregio Midden en West Brabant, wenste barwerkzaamheden te verrichten in café X te B. Verweerder, de korpsbeheerder, stelde op grond van artikel 66, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) dat dit niet toelaatbaar was vanwege mogelijke belangenverstrengeling en risico op ongewenste beeldvorming. De rechtbank oordeelde dat het besluit van 4 september 1998, hoewel een rechtsoordeel, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden aangemerkt omdat het onredelijk bezwarend zou zijn om af te wachten.
De rechtbank onderschreef het standpunt van verweerder dat de barwerkzaamheden niet los gezien kunnen worden van de hoofdfunctie van eiseres als politiefunctionaris, mede gelet op artikel 59 Barp Pro dat haar optreden vereist wanneer dat redelijkerwijs nodig is. De combinatie van barwerkzaamheden in het eigen bewakingsgebied en haar politiefunctie kan leiden tot belangenverstrengeling en ongewenste beeldvorming, ook omdat zij bij het publiek bekend is als politieambtenaar.
Eiseres voerde aan dat er geen belangenverstrengeling was en dat het verbod te algemeen was, maar de rechtbank vond dat verweerder specifiek barwerkzaamheden verbood en niet horecawerkzaamheden in het algemeen. Ook was de motivering voldoende, ondanks dat niet alle aspecten even concreet waren uitgewerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het verbod op barwerkzaamheden wordt ongegrond verklaard.