ECLI:NL:RBBRE:2001:AD7460
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Woerdeman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijstelling bestemmingsplan en bouwvergunning voor agrarisch project in Prinsenbeek
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om vergunninghouder vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan en een bouwvergunning te verlenen voor het bouwen van een potstal en bedrijfswoning aan de Kettingdreef te Prinsenbeek. Het project betreft de verplaatsing van een agrarisch bedrijf dat vanwege infrastructurele werken moet wijken.
Verzoeker stelde dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen, met name vanwege verminderd uitzicht, schade aan zijn uitrit en hinder voor een toekomstige huisartsenpraktijk. De rechtbank oordeelt dat de ruimtelijke onderbouwing voldoende is, omdat het project past binnen de agrarische bestemming en geen wezenlijke inbreuk maakt op de openheid van het gebied. Ook is de gekozen locatie beter onderbouwd dan de door verzoeker voorgestelde alternatieven.
De belangenafweging is naar het oordeel van de rechtbank zorgvuldig gemaakt; de belangen van vergunninghouder, die uiterlijk mei 2002 moet verhuizen vanwege de aanleg van de HSL-Zuid en verbreding van de A16, zijn zwaarder gewogen dan die van verzoeker. Er is geen bewijs dat verzoekers belangen niet zijn meegewogen of onevenredig zijn geschaad. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning wordt ongegrond verklaard.