ECLI:NL:RBBRE:2001:AZ9389
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bouwman
- Rechtspraak.nl
Verrekening van vermogen en verzekeringen bij echtscheiding op grond van huwelijkse voorwaarden
De rechtbank Breda heeft op 20 november 2001 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen een vrouw en een man, ex-echtgenoten die gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden. De vrouw vorderde verrekening van het totale vermogen van partijen, inclusief de waarde van de onderneming van de man, de echtelijke woning en diverse verzekeringspolissen, terwijl de man stelde dat bepaalde vermogensbestanddelen niet onder het verrekenbeding vielen en dat premies van verzekeringen als kosten van de huishouding moesten worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat het gehele vermogen, voor zover opgebouwd uit overgespaard inkomen en herbeleggingen daarvan, in aanmerking komt voor verrekening. Dit omvat ook de waardevermeerdering van de eenmanszaak van de man en de echtelijke woning, ondanks financiering met vreemd vermogen. De premies van verzekeringen, hoewel volgens de huwelijkse voorwaarden als kosten van de huishouding aangemerkt, werden materieel gezien als beleggingen en dienen derhalve te worden betrokken in de verrekening, met uitzondering van één polis.
Verder wees de rechtbank het beroep van de man op de vervaltermijn in de huwelijkse voorwaarden af wegens onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De vordering van de man tot betaling wegens overbedeling van de inboedel werd afgewezen omdat hij niet tijdig had gereageerd op de voorgestelde verdeling. De rechtbank gelastte partijen tot het verstrekken van nadere inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling, met het oog op een definitieve verrekening en eventuele deskundigenrapportage.
Uitkomst: De rechtbank gelast verrekening van het vermogen en verzekeringen, wijst de vordering wegens overbedeling af en bepaalt verdere procedurele stappen.