ECLI:NL:RBBRE:2002:AD9736
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executieverbod vonnis ondernemingsraad tegen Arcaplex Group Breda B.V.
Arcaplex Group Breda B.V. vordert in kort geding dat de executie van een vonnis van de kantonrechter van 16 november 2001 door de ondernemingsraad (OR) wordt gestaakt, omdat zij tijdig bezwaar had gemaakt en de OR geen bodemprocedure was gestart, waardoor het vonnis vervallen zou zijn. Tevens vordert Arcaplex een voorschot op schadevergoeding wegens onrechtmatige executie.
De ondernemingsraad en enkele individuele leden worden geconfronteerd met deze vorderingen. De OR stelt dat zij rechtsgeldig is opgericht en dat Arcaplex niet ontvankelijk is jegens de individuele leden. Ook betwist AKD, de advocaten van de OR, aansprakelijkheid wegens een bepleitbaar standpunt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vonnis van 16 november 2001 door tijdsverloop is vervallen omdat de OR geen bodemprocedure heeft ingesteld. De executie moet daarom worden gestaakt. Arcaplex is niet ontvankelijk jegens de individuele OR-leden en AKD. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De reconventionele vorderingen van de OR tot erkenning van de OR en intrekking van het nieuwe werktijdenrooster worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan voorlopige aard.
De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De voorzieningenrechter legt een dwangsom op voor het geval de executie niet wordt gestaakt.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de ondernemingsraad de executie van het vervallen vonnis en verklaart Arcaplex niet ontvankelijk jegens individuele OR-leden en AKD.