ECLI:NL:RBBRE:2002:AE1014
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Minnaar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid proeftijd en beëindiging arbeidsovereenkomst binnen CAO-optiekbedrijven
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en haar werkgever, Specsavers Opticiens B.V., over de rechtsgeldigheid van een ontslag binnen de proeftijd. De werknemer was sinds april 2001 in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van twaalf maanden met een proeftijd van twee maanden. Na ziekmelding in mei 2001 beëindigde de werkgever de arbeidsovereenkomst per 6 juni 2001.
De werknemer stelde dat de proeftijd van twee maanden niet rechtsgeldig was, omdat de wet voor arbeidsovereenkomsten korter dan twee jaar slechts een proeftijd van één maand toestaat, en dat de CAO geen afwijking van deze wettelijke regel biedt. Zij vorderde loonbetaling vanaf de datum van ontslag tot het einde van de arbeidsovereenkomst.
Specsavers verweerde zich door te stellen dat de CAO voor de Optiekbedrijven expliciet een proeftijd van maximaal twee maanden toestaat en dat het ontslag binnen deze proeftijd rechtsgeldig was. Tevens voerde zij aan dat na het einde van de proeftijd geen loon verschuldigd is omdat de werknemer geen arbeid heeft verricht.
De kantonrechter oordeelde dat artikel 6 van Pro de CAO duidelijk en ondubbelzinnig de mogelijkheid biedt om een proeftijd van twee maanden overeen te komen, en dat deze proeftijd schriftelijk is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. De stelling van de werknemer dat de CAO slechts het schriftelijkheidsvereiste regelt werd verworpen. Het ontslag binnen de proeftijd is daarom rechtsgeldig en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag binnen de proeftijd van twee maanden op grond van de CAO is rechtsgeldig, waardoor de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.