ECLI:NL:RBBRE:2002:AE5828
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Weide
- Van den Heuvel
- Van Oijen
- Rechtspraak.nl
Curator handelt niet onrechtmatig bij verkoop verpande bedrijfsinventaris ondanks bezwaar pandhouder
In deze civiele zaak vordert de pandhouder ([eiser]) dat de curator wordt veroordeeld tot afdracht van de verkoopopbrengst van de verpande bedrijfsinventaris van Maple Holland B.V., omdat de curator zonder hun toestemming zou hebben gehandeld. De curator betwist dit en stelt dat er impliciete toestemming was en dat hij gerechtigd was de opbrengst vast te houden vanwege de fiscale bodemvoorrechten en boedelkosten.
De rechtbank stelt vast dat er geen expliciete of impliciete toestemming van [eiser] is gegeven voor de verkoop, ondanks een brief waarin medewerking werd toegezegd onder voorwaarde van gescheiden storting van de opbrengst. De curator heeft deze voorwaarde niet aanvaard. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de curator niet onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hij op grond van artikel 57 lid 3 Faillissementswet Pro (Fw) gehouden is de belangen van de fiscus te behartigen wanneer het vrije actief ontoereikend is.
De rechtbank verduidelijkt de rangorde van vorderingen: eerst worden de fiscale bodemvorderingen voldaan uit het vrije actief, en daarna uit de opbrengst van de verpande goederen, maar de opbrengst mag niet worden aangetast voor boedelkosten als het vrije actief daarvoor niet toereikend is. De curator wordt veroordeeld tot afdracht van de verkoopopbrengst minus de materiële belastingschuld en tot betaling van proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De curator wordt veroordeeld tot afdracht van de verkoopopbrengst minus de materiële belastingschuld en tot betaling van proceskosten.