ECLI:NL:RBBRE:2002:AE8794

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
10 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
241473 OV VERZ 02-1938
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 253r BWArt. 253q BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming grootouders tot voogd wegens tijdelijke onmogelijkheid moeder gezag uit te oefenen

Op 17 september 2002 dienden de grootouders een verzoek in om gezamenlijk tot voogd over hun kleinkind benoemd te worden, aangezien de moeder door psychische problemen tijdelijk niet in staat is het ouderlijk gezag uit te oefenen. De vader van het kind is niet bekend. Tijdens de zitting op 8 oktober 2002 waren de grootouders, de moeder en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig.

De moeder verblijft vanwege haar problematiek in een psychiatrisch ziekenhuis en heeft schriftelijk en mondeling ingestemd met de voogdijbenoeming. De Raad voor de Kinderbescherming en een verslavingszorginstantie ondersteunen het verzoek. De kantonrechter stelt vast dat de moeder tijdelijk niet in staat is het gezag uit te oefenen en besluit het gezag te schorsen.

De grootouders worden benoemd tot voogd voor de duur van de onmogelijkheid van de moeder. De kantonrechter benadrukt dat de moeder zoveel mogelijk betrokken moet blijven bij de opvoeding en dat het gezag niet automatisch herleeft wanneer de schorsing eindigt. De Raad zal de kantonrechter informeren over het vervallen van de schorsingsgrond. De beschikking is op 10 oktober 2002 uitgesproken en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De grootouders worden benoemd tot voogd en het ouderlijk gezag van de moeder wordt geschorst wegens haar tijdelijke onmogelijkheid het gezag uit te oefenen.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA, SECTIE KANTON, LOCATIE BERGEN OP ZOOM
BESCHIKKING VOORZIENING VOOGDIJ
NKP nr.: 241473 OV VERZ 02-1938
Inleiding
Op 17 september 2002 is ter griffie van de Rechtbank Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom een verzoekschrift ingekomen van de echtelieden: [verzoe[adres], nader te noemen: verzoekers, waarbij zij verzoeken gezamenlijk te worden benoemd tot voogd over hun klein[kleinkind]leinkind], geboren te [geboortedatum + plaats], verblijvende bij hen te [adres], hierna te noemen "[kleinkind]".
De moeder van [kleinkind] - tevens dochter van verzoekers - [moeder], geboren te [geboortedatum + datum], [adres], heeft van rechtswege het ouderlijk gezag over [kleinkind]. De vader van [kleinkind] is niet bekend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van dinsdag, 8 oktober 2002, in aanwezigheid van de beide verzoekers, de moeder van [kleinkind] - [moeder] voornoemd - en K. van Loenhout namens de Raad voor de Kinderbescherming, nader te noemen "de Raad" te Breda. Van het verhandelde is er zitting door de griffier aantekening gehouden.
Beoordeling
Een gegeven is dat [kleinkind] al sinds enige tijd bij zijn grootouders, verzoekers, verblijft, vanwege het feit dat zijn moeder hem niet de juiste begeleiding kan bieden door diverse problemen aan de zijde van de moeder. Thans wil moeder, om de bij haar bestaande psychische problematiek nu en in de toekomst het hoofd te kunnen bieden, van start gaan met een langdurige behandeling in het psychiatrisch ziekenhuis Vrederust te Bergen op Zoom. Zij verkeert dan tijdelijk in de onmogelijkheid het ouderlijk gezag over [kleinkind] uit te oefenen. Bij het verzoekschrift is een schriftelijke verklaring overgelegd, dat moeder akkoord gaat met de voorgestelde voogdijbenoeming. Zij bevestigt dit nogmaals ter zitting. Bij voormeld verzoekschrift was tevens een brief van Kentron, verslavingszorg te Roosendaal d.d. 11 september 2002 gevoegd, waaruit blijkt dat Kentron het verzoek van betrokkenen ondersteunt.
Ook de heer Van Loenhout geeft namens de Raad aan dat het in het belang van [kleinkind] is dat verzoekers de voogdij over [kleinkind] krijgen toebedeeld.
De kantonrechter stelt vast, dat [moeder] als ouder vanwege haar psychische toestand tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert om het gezag over [kleinkind] uit te oefenen. De verwachting is, dat de behandeling van [moeder] langere tijd in beslag zal nemen. De kantonrechter zal het ouderlijk gezag schorsen. De kantonrechter acht het wel van belang dat gedurende de schorsing de moeder zoveel als mogelijk betrokken wordt bij de opvoeding van [kleinkind]. Het belang van [kleinkind] dient hierbij voorop te staan.
Omtrent het vervallen van de grond voor schorsing wenst de kantonrechter nader te worden ingelicht door de Raad. Het ouderlijk gezag herleeft derhalve niet automatisch.
De kantonrechter moet ervan overtuigd zijn, dat [kleinkind] wederom aan de moeder [moeder] kan worden toevertrouwd.
De kantonrechter zal ingevolge de artikelen 253r en 253q van Boek 1 van het BW in het belang van [kleinkind] beslissen als hierna aangegeven.
Beslissing
De kantonrechter:
- schorst het ouderlijk gezag van de moeder van [kleinkind], [moeder] voornoemd, voor de duur dat zij in de onmogelijkheid
verkeert het gezag over [kleinkind] uit te oefenen;
- benoemt voor de duur dat moeder in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen gezamenlijk tot voogd over:
[kleinkind], geboren te [geboortedatum + plaats] en thans wonende te [adres],
zijn grootouders: [verzoekers], verzoekers voornoemd,
- bepaalt dat wanneer te zijner tijd beëindiging van de voogdij aan de orde is, daartoe een verzoekschrift dient te worden ingediend bij de kantonrechter en dat - na ontvangst van actuele rapportage van de Raad omtrent de omstandigheden waarin de moeder van [kleinkind] alsdan verkeert - de kantonrechter een beslissing zal nemen;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven te Bergen op Zoom en uitgesproken in het openbaar op
10 oktober 2002 door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter te Bergen op Zoom, en door deze en de griffier ondertekend.