ECLI:NL:RBBRE:2002:AE9946

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
29 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
243.417-OV-02-2129
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van bewind over goederen na herstel van hersenbloeding

Op 4 oktober 2002 verzocht verzoeker om opheffing van het bewind dat op 10 december 2001 over zijn goederen was ingesteld vanwege de gevolgen van een hersenbloeding. Dit verzoek werd op 24 oktober 2002 mondeling behandeld, waarbij verzoeker aanwezig was en de bewindvoerster wegens ziekte afwezig was. Op 29 oktober 2002 ontving de rechtbank een schriftelijke verklaring van de bewindvoerster waarin zij instemde met de opheffing van het bewind.

De kantonrechter oordeelde op basis van de mondelinge behandeling en de schriftelijke verklaring dat verzoeker in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen weer volledig waar te nemen. Er was geen behoefte aan verdere medische onderbouwing. Verzoeker verklaarde tevens décharge te verlenen aan de bewindvoerster en dat een eindrekening achterwege kon blijven.

De kantonrechter besloot daarom het bewind, ingesteld op 10 december 2001, met ingang van 1 november 2002 op te heffen. Het bewindsdossier werd vervolgens gesloten. De beschikking werd gegeven te Bergen op Zoom op 29 oktober 2002 door kantonrechter W.E.M. Verjans in aanwezigheid van griffier M.P. Verbrugge.

Uitkomst: Het bewind over de goederen van verzoeker wordt opgeheven met ingang van 1 november 2002.

Uitspraak

Inleiding
Op 4 oktober 2002 is door [verzoeker] (nader ook te noemen: [verzoeker]), geboren te [geboorteplaats/datum] en wonende te [adres], verzocht om opheffing van het bij beschikking van de kantonrechter te Bergen op Zoom dd. 10 december 2001 over zijn goederen ingestelde bewind. [verzoeker] is van mening dat hij thans weer in staat is zelf ten volle zijn belangen van vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen.
Dit verzoek is op 24 oktober 2002 mondeling behandeld in aanwezigheid van [verzoeker]. [bewindvoerster], echtgenote en bewindvoerster van [verzoeker] is wegens ziekte niet verschenen.
Op 29 oktober 2002 is ter griffie een brief van bewindvoerster ontvangen waarin zij verklaart in te kunnen stemmen met de opheffing van het onderhavige bewind.
Beoordeling
De kantonrechter is op grond van hetgeen bij gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, zulks in samenhang met de door [verzoeker]windvoerster] afgelegde schriftelijke verklaring van oordeel dat [verzoeker] in staat moet worden geacht weer ten volle zijn belangen van vermogensrechtelijke aard waar te nemen. Destijds zijn de gevolgen van een hersenbloeding aanleiding geweest om de goederen van rechthebbende onder bewind te stellen. Op medisch gebied is toen veel gebeurd bij rechthebbende. Op dit moment kan worden geconcludeerd, dat rechthebbende weer geheel is hersteld van genoemde gevolgen. De kantonrechter heeft bij het nemen van deze conclusie geen behoefte aan verdere medische schriftelijke onderbouwing op dit punt.
Het verzoek van 4 oktober 2002 tot opheffing van het bewind zal derhalve worden ingewilligd en wel met ingang van 1 november 2002.
Desgevraagd verklaart [verzoeker] dat hij bewindvoerster décharge verleend en dat een nadere indiening van een eindrekening achterwege kan blijven. Gelet op de déchargeverklaring van [verzoeker] legt de kantonrechter vervolgens het bewindsdossier op.
Beslissing
De kantonrechter heft het op 10 december 2001 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [adresverzoeker] voornoemd op en wel met ingang van 1 november 2002.
Deze beschikking is gegeven te Bergen op Zoom op 29 oktober 2002
door mr. W.E.M. Verjans als kantonrechter, in tegenwoordigheid van M.P. Verbrugge als griffier.