ECLI:NL:RBBRE:2002:AF3743
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Janssen
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname aan criminele organisatie en drugshandel met wapens
De rechtbank Breda heeft op 24 december 2002 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie gericht op de handel in softdrugs, witwassen en wapenbezit. Het onderzoek betrof grootschalige drugstransporten naar Engeland, Frankrijk en België, waarbij aanzienlijke hoeveelheden hash werden verhandeld.
Het bewijs bestond uit verklaringen van getuigen, afgeluisterde telefoongesprekken, observaties, en inbeslaggenomen goederen. Verdachte werd gelieerd aan een organisatie die vanaf 1995 actief was en beschikte over een gestructureerde werkwijze, waaronder het gebruik van meerdere telefoons per lid en het wisselen van grote geldbedragen via wisselkantoren.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs wettig en overtuigend was voor deelname aan de organisatie en drugshandel, maar dat niet alle ten laste gelegde feiten bewezen konden worden, zoals de betrokkenheid bij een partij van 487 kilogram hash. De rechtbank hield rekening met een overschrijding van de redelijke termijn en paste een strafvermindering van 40% toe, waarna een gevangenisstraf van 24 maanden werd opgelegd. Daarnaast werd een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf met 40% strafvermindering vanwege overschrijding redelijke termijn.