ECLI:NL:RBBRE:2003:AF3737
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Weide
- Rechtspraak.nl
Vordering afgewezen wegens gebrek aan dwaling; veroordeling wegens chantage, mishandeling en bedreiging
Eiser en gedaagde hadden een vriendschappelijke relatie die eindigde in december 2001. Eiser vorderde betaling wegens dwaling en onrechtmatige daad, stellende dat hij was misleid over de beroepsmatige activiteiten van gedaagde als gezelschapsdame. Gedaagde betwistte dit en stelde dat er geen affectieve relatie was en dat eiser onrechtmatig had gehandeld, onder meer door vernielingen, chantage, mishandeling en bedreiging.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op dwaling niet opging omdat geen mededelingsplicht bestond over het beroep van gedaagde en affectieve relaties niet onderwerp van burgerlijk recht kunnen zijn. De vordering wegens onrechtmatige daad werd verworpen. Wel werd vastgesteld dat eiser vernielingen had aangericht, maar de schade daarvoor onvoldoende onderbouwd was.
De rechtbank nam aan dat eiser gedaagde had gechanteerd door dreiging met openbaarmaking van haar documenten, haar had mishandeld en bedreigd met een mes. Dit leidde tot een veroordeling van eiser tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000 plus wettelijke rente en tot teruggeven van documenten met privacygevoelige informatie.
De vordering van eiser werd afgewezen, terwijl de reconventionele vordering van gedaagde grotendeels werd toegewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente over de toegewezen bedragen.
Uitkomst: Vordering eiser afgewezen; eiser veroordeeld tot betaling en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen.