ECLI:NL:RBBRE:2003:AF8240
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J.M. Volkers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van normaalwaarde CBBS en toekenning WAO-/WAZ-uitkering bij arbeidsongeschiktheid
Eiser, een zelfstandig klusjesman, werd vanaf 1 februari 2002 arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een WAO- en WAZ-uitkering toegekend met een mate van 35-45% arbeidsongeschiktheid. Hij stelde beroep in tegen het besluit en betwistte onder meer de toepassing van de normaalwaarden in het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS), stellende dat deze in strijd zouden zijn met artikel 18.1 WAO omdat ze activiteiten uit het dagelijks leven betreffen in plaats van arbeidsactiviteiten.
De rechtbank oordeelde dat artikel 18.1 WAO ziet op de vergelijking van het verdiende loon in de maatmanfunctie met het nog te verdienen loon gezien beperkingen, terwijl de normaalwaarde betrekking heeft op het verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De normaalwaarden in het CBBS zijn gebaseerd op het functioneren van een gezonde beroepsbevolking en zijn niet in strijd met de wet of het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen, ondersteund door arbeidsdeskundigen, concludeerde dat eiser beperkingen heeft die passen binnen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. De functies die eiser nog kan verrichten zijn passend en de arbeidsdeskundige heeft de signaleringen van het CBBS adequaat beoordeeld. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de toekenning van de uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35-45%.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WAO-/WAZ-uitkering met 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.