De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden, ontleend aan de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, waarvan het proces-verbaal aan deze uitspraak is gehecht.
Eiser, geboren 13 augustus 1937, is enigszins hulpbehoevend. Hij heeft nimmer volledig voor zichzelf gezorgd of kunnen zorgen. Rond 1962 is hij gaan wonen bij het gezin van zijn collega, bestaande uit de heer [collega], zijn echtgenote mw. [huisgenoot] en hun (kleine) kinderen. In 1972 is eiser met het hele gezin meeverhuisd naar het huidige adres. In 1979 is de heer [collega] vertrokken en zijn hij en mw. [huisgenoot] van echt gescheiden. In 1990 is het laatste kind de deur uitgegaan. De verhouding tussen eiser en mw. [huisgenoot] is immer onveranderd gebleven. Mw. [huisgenoot] bood en biedt kost en inwoning met enig huiselijk verkeer, waaronder eiser verstaat, dat ze samen eten en wel eens samen koffie drinken. Ook wordt wel eens samen televisie gekeken, maar eiser heeft ook een eigen TV-toestel op zijn kamer. Eiser komt niet in de keuken, zet nooit thee of koffie, en biedt in geen enkel opzicht de helpende hand in huis of tuin. Hij gaat graag alleen de natuur in. Mw. [huisgenoot] doet voor beiden de hele huishouding, alsmede de boodschappen per fiets of bromfiets. Zij let ook op, dat eiser zijn medicijnen neemt.
Mw. [huisgenoot] heeft geen rijbewijs. Zij rijdt ook nooit mee met eiser in diens auto. Als zij hulp of autovervoer nodig heeft, helpen de (schoon)kinderen haar.
Eiser betaalt van meet af aan een vast bedrag per week voor de kost en inwoning. Hij betaalt contant, omdat hij geen verstand van bankzaken zoals automatische overschrijvingen heeft. Hij haalt eenmaal per maand zijn geld van de bank en bewaart dat in een potje. Toen hij lang werd opgenomen in het ziekenhuis, is mw. [huisgenoot] gemachtigd (geweest) om het geld van zijn bank te kunnen halen. Zij maakt thans geen gebruik meer van de machtiging. De financiën zijn strikt gescheiden. Eiser betaalt geen extraatjes voor gemeenschappelijk gebruik. Alle woon- en huishoudelijke kosten, de woninginrichting, de telefoon, en het abonnement van de kabel worden door mw. [huisgenoot] betaald. Eiser heeft een krant, die soms door mw. [huisgenoot] maar ook door de buurman wordt meegelezen.
Eiser en mw. [huisgenoot] hebben op 20 maart 1997 op aanraden van de sociale dienst een kostgangercontract opgesteld. Daarin is een weekbedrag van f 175,- opgenomen. Dat bedrag is sedertdien enkele malen verhoogd en bedraagt thans € 100,-. Omdat contant wordt betaald zijn er geen betalingsbewijzen.
Voor de huursubsidiewet is eiser als onderhuurder en niet als medebewoner aangemerkt. Er wordt daarom geen huursubsidie verstrekt. Mw. [huisgenoot] wordt voor haar bijstandsuitkering beschouwd als een ongehuwde en het kostgeld wordt deels verrekend. Eiser heeft noch in het verleden voor de WAO noch voor de AOW geopteerd voor een toeslag, omdat hij zich als ongehuwd beschouwt.