ECLI:NL:RBBRE:2003:AL2091
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ouders tot reanimatie baby bij medisch zinloos oordeel artsen
De ouders van de baby Ester vorderden in kort geding dat het Amphia ziekenhuis verplicht zou worden om hun dochter te beademen en te reanimeren indien noodzakelijk, en om een eventuele ziekenhuisoverplaatsing te faciliteren. Ester had ernstige, irreversibele hersenbeschadigingen en een verslechterde medische toestand. Diverse artsen, waaronder kinderartsen en neonatologen, stelden unaniem dat verdere reanimatie medisch zinloos zou zijn en alleen het lijden van Ester zou verlengen.
De voorzieningenrechter overwoog dat artsen niet verplicht kunnen worden tot medische handelingen zonder medisch zinvol doel. Het oordeel over de zinvolheid van reanimatie berust op het medisch oordeel van de behandelend arts, met terughoudendheid van de rechter. In deze zaak kon van de arts niet worden verlangd om tot reanimatie over te gaan, omdat alle geconsulteerde artsen dit als zinloos beoordeelden.
De vordering van de ouders werd daarom afgewezen. Ook de vordering tot het faciliteren van ziekenhuisoverplaatsing werd niet toegewezen, omdat het Amphia zich bereid had getoond daaraan mee te werken en er geen andere instelling was gevonden die de zorg wilde overnemen.
De voorzieningenrechter wees de ouders in de kosten van het geding en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van de ouders tot reanimatie van hun baby werd afgewezen omdat reanimatie medisch zinloos werd geacht.