ECLI:NL:RBBRE:2003:AL7764
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Römers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cumulatie van vertragingsrente en boeterente bij vervroegde opeisbaarheid consumentenkrediet
In deze zaak vordert Finata Bank N.V. de betaling van een hoofdsom van €35.163,64 vermeerderd met vertragingsrente en voorwaardelijk boeterente wegens vervroegde aflossing van een consumentenkrediet. De bank stelt dat zij de keuze tussen vertragingsrente en boeterente voorwaardelijk heeft gemaakt, waardoor cumulatie is toegestaan.
De rechtbank verwijst naar artikel 44 lid 2 van Pro de Wet op het consumentenkrediet en eerdere jurisprudentie die cumulatie van beide vergoedingen verbiedt. De rechtbank oordeelt dat ook bij voorwaardelijke vordering cumulatie niet is toegestaan, omdat de boeterente niet afneemt naarmate de oorspronkelijke looptijd verstrijkt.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van vertragingsrente toe vanaf 14 september 2002 tot aan de dag van voldoening en wijst de boeterente af. Daarnaast veroordeelt zij gedaagde tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de hoofdsom en vertragingsrente toe en wijst de boeterente af wegens verboden cumulatie.