ECLI:NL:RBBRE:2003:AN8742
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen boete wegens snelheidsovertreding bij wegwerkzaamheden
Betrokkene kreeg een boete van €104 wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 15 tot 20 km/u bij wegwerkzaamheden op de Rijksweg A16 te Moerdijk op 15 december 2002. Tegen deze sanctie werd beroep ingesteld bij de officier van justitie te Soesterberg, een afwijkende procedure die via mandatering aan het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) is geregeld.
De kantonrechter constateerde dat het mandaatbesluit niet deugdelijk was gepubliceerd en dat sprake was van ondermandatering zonder besluit, maar oordeelde dat betrokkene hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Het beroep werd ontvankelijk verklaard. Betrokkene voerde aan dat er geen wegwerkers aanwezig waren en dat de maximumsnelheid op de matrixborden onduidelijk was, en verzocht om opgave van de gebruikte meetapparatuur en ijkrapporten.
De kantonrechter verwierp het verweer, stellende dat het ontbreken van wegwerkers niet uitsluit dat er sprake was van een gevaarzettende situatie en dat betrokkene zich aan de snelheidsbeperkende maatregelen moet houden. Ook werd geoordeeld dat het ijkrapport niet verplicht is om bij de stukken te voegen. De gebruikte radarapparatuur (merk Multanova) werd als betrouwbaar beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens snelheidsovertreding bij wegwerkzaamheden wordt ongegrond verklaard.