ECLI:NL:RBBRE:2003:AN8743
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen boete wegens snelheidsovertreding op autosnelweg
Betrokkene kreeg een boete van €52 opgelegd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 10 km/u op de autosnelweg A16 te Moerdijk op 17 december 2002. Tegen deze beschikking stelde hij beroep in bij de officier van justitie te Soesterberg, hoewel dit volgens artikel 6 lid 1 WAHV Pro bij de officier van justitie in het arrondissement van de gedraging had moeten gebeuren. Deze afwijkende procedure was geregeld via mandatering aan het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM), maar het mandaatbesluit bleek niet deugdelijk gepubliceerd.
Betrokkene verzocht om inzage in foto's, ijkgegevens en datum van de apparatuur en stelde dat hij niet gehoord was door de officier van justitie. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene tijdig beroep had ingesteld en dat hij niet in zijn belangen was geschaad door het ontbreken van een hoorzitting, aangezien hij nog de mogelijkheid had om zich bij de kantonrechter te laten horen, maar hiervan geen gebruik maakte.
De kantonrechter achtte de motivering van de officier van justitie duidelijk en zag geen reden om het ijkrapport alsnog toe te voegen aan de stukken. Ook werd geen twijfel geuit over de nauwkeurigheid van de gebruikte radarapparatuur. Gezien het boetebedrag onder de €70 is hoger beroep in beginsel niet mogelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard en de boete van €52 gehandhaafd.