ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9894
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verbiedt onrechtmatig gebruik merken en handelsnaam Ritec door Ritec Holland
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers, waaronder Ritec International Limited, dat Ritec Holland wordt veroordeeld tot overdracht van Benelux-merkregistraties die zij te kwader trouw heeft gedeponeerd. Tevens wordt gevorderd dat Ritec Holland het gebruik van de handelsnaam 'Ritec' en de merken 'ClearShield' en 'Ritec' staakt, verwijzingen naar deze merken verwijdert, en medewerking verleent aan het verstrekken en controleren van klantgegevens.
Ritec Holland heeft de vorderingen bestreden en aangevoerd dat de voorzieningenrechter niet bevoegd zou zijn vanwege arbitrageafspraken en dat zij de merken te goeder trouw heeft gedeponeerd. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat hij bevoegd is omdat de vorderingen ook zien op merkinbreuk en onrechtmatige daad binnen zijn arrondissement.
Feiten en contractuele bepalingen tonen aan dat Ritec Holland zonder toestemming van Ritec International de merken heeft gedeponeerd en gebruikt, wat te kwader trouw is. Ook het op de markt brengen van een namaakproduct met HCFC's onder de merknaam ClearShield is onrechtmatig. De voorzieningenrechter wijst de overdrachtsvorderingen toe, verbiedt het gebruik van merken en handelsnaam, legt geheimhouding op en bepaalt dwangsommen met matiging en maximering.
De gevorderde voorschotten op schadevergoeding worden afgewezen omdat de omvang van de schade nog niet vaststaat. Tevens wordt Ritec Holland veroordeeld tot het sturen van een excuusbrief aan klanten die namaakproducten hebben ontvangen. De termijn voor het instellen van een bodemprocedure wordt vastgesteld op drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis.
Uitkomst: Ritec Holland wordt veroordeeld tot overdracht van merkregistraties, staking van gebruik merken en handelsnaam, en naleving geheimhoudingsplicht met dwangsommen.