ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9917
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Peters
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak belastingfraude wegens onrechtmatig bewijs uit België
De rechtbank Breda behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1994 tot en met 1999. De tenlastelegging betrof het verzwijgen van rente-inkomsten uit een rekening bij de Kredietbank Luxembourg.
De verdediging stelde dat het bewijs uit België onrechtmatig was verkregen, wat de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zou moeten betekenen. De rechtbank oordeelde dat hoewel er aanwijzingen zijn voor onbehoorlijk handelen door de Belgische opsporingsautoriteiten, het Nederlandse justitieapparaat niet in strijd met een behoorlijke procesorde heeft gehandeld en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk.
Echter, vanwege de onrechtmatigheid van het bewijs uit België en het ontbreken van nadere informatie over de rechtmatigheid van de gegevens, werden deze uitgesloten. De overige verklaringen en bewijs waren onvoldoende om wettig en overtuigend aan te tonen dat verdachte rente-inkomsten had verzwegen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en onrechtmatig verkregen bewijs uit België.