ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9922
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Peters
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs belastingfraude met Luxemburgse bankgegevens
De rechtbank Breda behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1996 tot en met 1998, waarbij (rente-)inkomsten van de Kredietbank Luxemburg zouden zijn verzwegen. De dagvaarding was geldig en de rechtbank was bevoegd.
De verdediging betoogde dat het bewijs uit België onrechtmatig was verkregen, wat niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zou moeten betekenen. De rechtbank oordeelde dat er aanwijzingen zijn voor onbehoorlijk optreden van Belgische opsporingsautoriteiten, maar dat het Nederlandse OM niet onrechtmatig heeft gehandeld en ontvankelijk is.
Echter, vanwege het ontbreken van nadere informatie over de rechtmatigheid van het bewijs, werden de Belgische microfiches uitgesloten. Verdachte ontkende het hebben van een rekening bij KB Lux en er was geen aanvullend bewijs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs.