ECLI:NL:RBBRE:2003:AO3450
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Warnaar
- Römers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsconflict en samenhangende vorderingen tussen Nederlandse en Belgische rechter
In deze civiele procedure vordert de Belgische vennootschap ECC betaling van een geldsom van CFE en haar bestuurder, waarbij CFE en de bestuurder het betwisten. De vordering betreft een bedrag dat CFE zou hebben geïncasseerd van Levi Strauss en dat volgens ECC aan haar toebehoort.
De rechtbank beoordeelt de toepassing van artikel 21 en Pro 22 van het EEX-Verdrag, gericht op het voorkomen van dubbele procedures en tegenstrijdige uitspraken. Geconstateerd wordt dat de Belgische rechter reeds bevoegd is en dat dezelfde partijen, hetzelfde onderwerp en dezelfde oorzaak aan de orde zijn in beide procedures.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd in de zaak met rolnummer 95985/HA ZA 01-901 en verwijst de zaak met rolnummer 83511/HA ZA 00-784 naar de parkeerrol voor verdere behandeling na het tussenvonnis van de Belgische rechter. Tevens wordt bepaald dat tegen dit vonnis geen zelfstandig hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en houdt de zaak aan ter voorkoming van tegenstrijdige uitspraken.