ECLI:NL:RBBRE:2003:AO4091
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning van gezamenlijk ouderlijk gezag na verzoek tot gezagswijziging
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij de vader het gezag wilde verkrijgen dat tot dan toe bij de moeder lag. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd het gezag bij de moeder te laten en een omgangsregeling te handhaven, vanwege een nog niet evenwichtige communicatie tussen ouders en het belang van het kind.
De vader betoogde dat het advies van de Raad een ontoelaatbare inmenging in zijn familie- en gezinsleven vormde en verzocht subsidiair om gezamenlijk gezag. De moeder verzette zich tegen elke vorm van gezag van de vader, uit vrees voor te grote inmenging in de opvoeding.
De rechtbank constateerde dat de situatie van het kind stabiel was en dat de communicatie tussen ouders was verbeterd. Er waren geen ernstige incidenten meer die de gezondheid of stabiliteit van het kind in gevaar brachten. De rechtbank oordeelde dat het vereiste dat beide ouders in staat zijn tot behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening aanwezig was, en dat er geen onaanvaardbaar risico bestond dat het kind klem zou komen te zitten tussen de ouders.
Op grond van het belang van het kind en de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd het verzoek tot gezamenlijk gezag toegewezen. Het verzoek tot eenhoofdig gezag van de vader werd afgewezen. De omgangsregeling bleef van kracht en partijen werden aangemoedigd de communicatie verder te verbeteren.
Uitkomst: Gezamenlijk ouderlijk gezag wordt toegekend aan beide ouders over het minderjarige kind.