ECLI:NL:RBBRE:2004:AO3149
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen indicatiebesluit huishoudelijke verzorging en advies, instructie en voorlichting AWBZ
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Regionaal Indicatie Orgaan Westelijk Noord-Brabant inzake de indicatie voor huishoudelijke verzorging en advies, instructie en voorlichting (AIV) onder de AWBZ. Verzoeker stelde dat zijn situatie niet was gewijzigd en dat hij recht had op meer zorg, onderbouwd met medische stukken en adviezen.
De rechtbank overweegt dat na wetswijziging van 18 april 2002 indicatiebesluiten van indicatieorganen zelfstandige besluiten zijn met rechtsgevolg. Het bestreden besluit van 3 december 2002 wordt gezien als een aanvulling op het primaire besluit van 10 oktober 2002, en het beroep richt zich tegen de beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter acht het besluit van verweerder juist, omdat verbetering van de gezondheidstoestand mogelijk is via revalidatie en behandeling, en het vroegtijdig toekennen van persoonlijke verzorging antirevaliderend kan werken. De indicatie voor AIV is passend om de zelfredzaamheid te beoordelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het indicatiebesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.