ECLI:NL:RBBRE:2004:AO7724
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Nollen
- Bouwman
- Römers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde woning en onderneming voor verrekening huwelijkse voorwaarden
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Breda staat de verrekening van vermogen tussen partijen centraal, waarbij de waarde van de voormalige echtelijke woning en de onderneming van de man moet worden vastgesteld.
De rechtbank handhaaft eerdere vaststelling van stichtingskosten van de woning op €55.091,26 en benoemt onafhankelijke deskundigen om de waarde van de woning en de onderneming per 1 januari 2000 te bepalen. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om overeenstemming te bereiken over de waarde om kosten te besparen.
Er is discussie over de toerekening van winst uit de verkoop van een schip en de vraag of de hypothecaire lening tot het te verrekenen vermogen behoort. De rechtbank past het vermoeden van art. 1:136 lid 2 BW Pro ook analoog toe op schulden, waardoor de hypothecaire schuld vermoedelijk tot het verrekenvermogen behoort tenzij tegenbewijs wordt geleverd.
De rechtbank wijst de vordering van de man tot overdracht van roerende zaken af wegens onvoldoende gemotiveerde betwisting door de vrouw. Het vonnis staat toe dat partijen zelfstandig hoger beroep instellen en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van de deskundigenrapporten.
Uitkomst: De rechtbank gelast deskundigenonderzoek naar de waarde van de woning en onderneming en wijst de vordering tot overdracht roerende zaken af.