ECLI:NL:RBBRE:2004:AP1163
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Gimbrère-Straetmans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap na erkenning kind
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap waarbij de man het kind reeds had erkend. De man wenste alsnog gerechtelijke vaststelling van het vaderschap om het Nederlanderschap van het kind te verkrijgen. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro geen gerechtelijke vaststelling kan plaatsvinden indien het kind reeds twee ouders heeft, zoals in dit geval door erkenning.
De rechtbank verwierp het verzoek van de man omdat hij niet bevoegd was om dit verzoek in te dienen en wees het verzoek van de vrouw af. De rechtbank benadrukte dat gerechtelijke vaststelling bedoeld is als laatste middel voor moeder en kind wanneer de vader weigert te erkennen, wat hier niet aan de orde was. De curator ondersteunde het verzoek, maar dit deed niet af aan de afwijzing.
De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk en wees het verzoek van de vrouw af. De motieven met betrekking tot het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit voor het kind konden dit niet veranderen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap af omdat het kind reeds twee ouders heeft door erkenning.