ECLI:NL:RBBRE:2004:AP3639
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bouwman
- Rechtspraak.nl
Toestaan van tussentijds hoger beroep tegen tussenvonnis in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen ROB DE KEIJZER B.V. en DE BUEGER WIERTZ B.V. heeft de rechtbank Breda op 23 juni 2004 beslist dat tegen het tussenvonnis van 17 maart 2004 alsnog tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld. Dit verzoek kwam voort uit het feit dat de rechtbank bij het opstellen van het vonnis geen kennis had genomen van een gezamenlijk verzoek van partijen om de procedure van de parkeerrol te halen en een tussenvonnis te wijzen.
De rechtbank overwoog dat het verzoek om tussentijds hoger beroep open te stellen binnen de beroepstermijn moet worden gedaan, maar dat de rechter ook na uitspraak hierom kan worden verzocht. Gezien het gezamenlijke karakter van het verzoek en het feit dat de rechter geen kennis had van dit verzoek, achtte de rechtbank het in het belang van een goede procesorde wenselijk om het verzoek alsnog toe te staan.
Daarnaast werd meegewogen dat partijen het debat over de schadevergoeding hadden uitgesteld tot na de aansprakelijkheidsvraag en dat het financieel belang van de zaak en de betwisting van aansprakelijkheid door De Bueger Wiertz het wenselijk maakten om het tussenvonnis in hoger beroep te kunnen toetsen. De zaak werd verwezen naar de parkeerrol voor verdere behandeling, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat tegen het tussenvonnis van 17 maart 2004 tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld voor de einduitspraak.