ECLI:NL:RBBRE:2004:AQ6977
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Ruijter
- Walstock-Krens
- Hödl
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering verdachte mededaderschap moord in België
De rechtbank Breda behandelde het uitleveringsverzoek van België betreffende een verdachte die wordt verdacht van mededaderschap aan moord gepleegd in Baarle-Hertog in juni 1998. De procedure omvatte het horen van de verdachte, zijn raadsman en twee getuigen. De rechtbank oordeelde dat de stukken voldeden aan de wettelijke vereisten en dat het feit strafbaar is volgens zowel Belgisch als Nederlands recht.
De verdediging voerde aan dat de rechtbank niet bevoegd zou zijn vanwege de militaire status van de verdachte en stelde een schending van het recht op een redelijke termijn van berechting. Deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank vond dat de verdachte zijn onschuld niet onverwijld had aangetoond, ondanks verklaringen van een vriendin en zijn moeder die een alibi boden. Er waren tegenstrijdige verklaringen en het DNA-materiaal sloot zijn betrokkenheid niet uit.
De rechtbank concludeerde dat geen feiten of omstandigheden de uitlevering in de weg stonden en verklaarde de uitlevering toelaatbaar. De beslissing is gebaseerd op relevante artikelen uit de Uitleveringswet, het Benelux-verdrag en het Schengenuitvoeringsovereenkomst.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitlevering van de verdachte toelaatbaar wegens onvoldoende onverwijlde aantoning van onschuld.