ECLI:NL:RBBRE:2004:AR4960
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Paling
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap van goederen en alimentatie bij echtscheiding met arbeidsongeschiktheidsuitkering
De rechtbank Breda heeft op 4 oktober 2004 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen partijen die sinds 1966 gehuwd waren in algehele gemeenschap van goederen. Er waren geen minderjarige kinderen. De procedure betrof onder meer de verdeling van de gemeenschappelijke goederen en de vaststelling van een onderhoudsbijdrage.
Partijen waren het eens over de echtscheiding en enkele nevenvoorzieningen, maar bleven verdeeld over de verdeling van de gemeenschap van goederen en de hoogte van de alimentatie. De rechtbank stelde vast dat de peildatum voor de gemeenschap 31 december 2001 was. Een belangrijk geschilpunt was of een nabetaling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan de man tot de gemeenschap behoorde. De rechtbank oordeelde dat deze uitkering, hoewel aan de man verknocht vanwege zijn arbeidsongeschiktheid, toch tot de gemeenschap behoorde omdat het een compensatie was voor gederfde inkomsten.
De verdeling van de goederen, waaronder inboedel, auto's, boot, bankrekeningen, belastingschulden en een vordering op de zoon, werd vastgesteld. Over de rente op de vordering op de zoon werd geoordeeld dat de vrouw de helft van de rente aan de man moet voldoen. De rechtbank oordeelde ook dat de voorlopige voorzieningen alimentatie hun geldigheid hadden behouden tot de intrekking van het tweede verzoek tot echtscheiding en dat de man alimentatie moest vergoeden over die periode.
De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.073 netto per maand, rekening houdend met het gezinsinkomen tijdens het huwelijk en een opslag voor alleenstaand leven. De draagkracht van de man werd berekend op €1.884 netto per maand. De rechtbank legde de alimentatieverplichting van de man vast op €548 per maand tot 1 december 2004 en daarna €466 per maand, rekening houdend met de AOW-uitkering van de vrouw. De alimentatieverplichting werd niet beperkt tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de vrouw vanwege haar leeftijd, de duur van het huwelijk en haar behoefte.
Tot slot werd bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en werd het meer of anders verzochte afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank spreekt echtscheiding uit, stelt de verdeling van de gemeenschap van goederen vast inclusief de arbeidsongeschiktheidsuitkering en legt een alimentatieverplichting op aan de man tot na de pensioengerechtigde leeftijd van de vrouw.