ECLI:NL:RBBRE:2004:AR6122
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Paling
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschappelijke goederen en gezagsregeling na echtscheiding
De rechtbank Breda heeft op 5 augustus 2004 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen partijen gehuwd sinds 6 maart 1997 in algehele gemeenschap van goederen. De vrouw verzocht om echtscheiding, verdeling van gemeenschappelijke goederen, toekenning van het gezag over het minderjarige kind aan haar alleen, onderhoudsbijdrage en kostenveroordeling. De man verzocht om vaststelling van de verdeling van goederen en een omgangsregeling.
Partijen waren het eens over de echtscheiding en de verdeling van diverse goederen, waaronder de echtelijke woning, sieraden, bankrekeningen en schulden. De kern van het geschil betrof de waardestijging van de woning die met het erfdeel van de vrouw was gefinancierd. De rechtbank oordeelde dat deze waardestijging als vrucht van het erfdeel aan de vrouw toekomt voor 27,72%, gelet op wettelijke bepalingen en jurisprudentie.
Ten aanzien van het gezag over het minderjarige kind handhaafde de rechtbank het gezamenlijk gezag, ondanks communicatieproblemen tussen partijen. De omgangsregeling werd vastgesteld op een weekend per veertien dagen en delen van vakanties, met bemiddeling die niet tot resultaat leidde. De man werd veroordeeld tot een onderhoudsbijdrage van € 245 per maand, gebaseerd op draagkrachtberekeningen.
De rechtbank wees het verzoek tot kosten van eventuele executie af wegens gebrek aan belang en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze beschikking staat hoger beroep open.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met verdeling van goederen, gezamenlijk gezag gehandhaafd, onderhoudsbijdrage vastgesteld op € 245 per maand en omgangsregeling geregeld.