ECLI:NL:RBBRE:2004:AR6220
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Sierkstra
- Rechtspraak.nl
Vordering tot inkorting van coniferen en ligusterstruik bij hoogteverschil tussen tuinen
In deze zaak vordert eiser dat gedaagde zijn coniferen en ligusterstruik inkort tot maximaal de hoogte van de nok van zijn schuur/garage, vanwege overschrijding van de toegestane hoogte volgens het burenrecht. De tuinen grenzen aan elkaar, waarbij de achtertuin van eiser ongeveer anderhalve meter hoger ligt dan die van gedaagde.
De rechtbank constateert dat de beplanting in de achtertuin van gedaagde de functie van scheidsmuur vervult en dat volgens een redelijke uitleg van de wet de hoogte gemeten moet worden vanaf het hoogst gelegen erf, namelijk dat van eiser. De coniferen en ligusterstruik in de achtertuin zijn ongeveer twee meter hoog gemeten vanaf het erf van eiser, wat binnen de wettelijke norm valt. Bovendien is niet gebleken dat de beplanting hinder veroorzaakt.
Voor de voortuin geldt dat de coniferen hoger zijn dan twee meter en dat eiser daarom bevoegd is tot inkorting. Gedaagde stelde misbruik van bevoegdheid, maar dit werd verworpen. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot inkorting van de coniferen in de voortuin tot de hoogte van de nok van zijn schuur/garage, met een gematigde dwangsom. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering tot inkorting van coniferen in voortuin toegewezen, vordering voor achtertuin afgewezen vanwege hoogteverschil en privacybescherming.